Grensoverschrijdend gedrag bij vrijwilligerswerk

Het grensoverschrijdend gedrag staat weer in de kijker, onder meer met de hashtag #metoo. De vraag stelt zich dan hoe je dat best aanpakt in het vrijwilligerswerk. Hier en daar horen we verontwaardiging over het feit dat niet alle vrijwilligers systematisch gevraagd worden om zo’n in de volksmond genoemd attest van goed gedrag en zeden te vragen.

Het gaat in de praktijk meestal om het uittreksel uit het Strafregister ‘Model 2’. Wie de regelgeving erop naleest zou kunnen stellen dat het Model 2 best opgevraagd wordt voor activiteiten met kinderen en jongeren: psycho-medisch-sociale begeleiding, kinderbescherming, hulpverlening, animatie of begeleiding van minderjarigen. Of dergelijk attest al dan niet opgevraagd wordt, is in essentie de keuze van de vrijwilligersorganisatie, vereniging of lokaal bestuur zelf. Het kan als voorwaarde gelden om te mogen starten met vrijwilligerswerk. Daar is niets mis mee, maar we willen wel waarschuwen voor een vals gevoel van veiligheid.

Het kan dus dat een vrijwilliger met de glimlach een blanco attest aflevert, en je toch moet ontdekken dat hij of zij de over de schreef gaat.

Ten eerste is het belangrijk dat als een organisatie een Model 2 opvraagt, er degelijk wordt nagedacht waarom ze dat doet. Om zichzelf in te dekken om – als het erop aankomt – via de media aan te tonen dat haar niets te verwijten valt? Of om zekerheid te krijgen dat een vrijwilliger geschikt is?

Ten tweede moet de organisatie nadenken over hoe er met de verkregen informatie wordt omgegaan. Wat als het attest niet blanco is? Zal de bewuste vrijwilliger geweigerd worden? Of, als hij al langer actief was, buiten gezet? Wie mag die attesten allemaal inzien en hoe wordt er gewaarborgd dat de informatie niet verder uitlekt?

Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw wil ook waarschuwen. Paniek is nooit een goede raadgever dus het is niet verstandig om nu plotsklaps attesten Model 2 op te gaan vragen aan vrijwilligers. Gewoon om de eenvoudige redenen dat het vermijden en/of beheersen van grensoverschrijdend gedrag in principe deel moet uitmaken van een degelijk preventiebeleid. Zijn er voldoende controlepunten of installeert de organisatie – onbewust – kansen tot grensoverschrijdend gedrag? Met andere woorden: zet je de kat niet bij de melk? Zijn de risico’s al geïnventariseerd? Zo niet, maak daar dan werk van. Maar ook: hoe wordt grensoverschrijdend gedrag gedefinieerd: gaat het enkel om seksuele intimiteiten, of gaat het ook om fysieke dan wel verbale agressie,…?

Consequent zijn in deze optiek betekent dan dat je het attest eigenlijk jaarlijks moet opvragen.

Het is belangrijk om vooral op het beleidsmatige in te zetten, ervoor te zorgen dat er een cultuur is in de organisatie om eventuele problemen, klachten en moeilijkheden bespreekbaar te maken en te voorzien in een klachtenprocedure. Indien er dan iets gebeurt, kunnen duidelijke procedures worden gevolgd zonder dat een persoon -zonder kans gehad te hebben op verweer – publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld.

Weet ook dat het opvragen van een uittreksel uit het Strafregister Model 2 mogelijk sommige vrijwilligers afschrikt; en niet per definitie diegenen die iets op hun kerfstok hebben. Zo’n attest is een momentopname, dat enkel en alleen feiten bevat waarvoor iemand een strafrechtelijke veroordeling heeft opgelopen. Het kan dus dat een vrijwilliger met de glimlach een blanco attest aflevert, en je toch moet ontdekken dat hij of zij de over de schreef gaat. Mogelijk blijft iemand jaren onder de radar (moeten we bekende voorbeelden noemen, lezer?) voor hij tegen de lamp loopt, hoewel hij zich al lang bezondigd aan feiten?

Ook kleine ingrepen in structuren, processen en activiteiten kunnen je helpen risico’s te verkleinen.

Consequent zijn in deze optiek betekent dan dat je het attest eigenlijk jaarlijks moet opvragen. Dat je goed in het achterhoofd houdt dat blanco niet per definitie betekent ‘onschuldig’. Met andere woorden, het pleit de organisatie niet vrij om een globaal beleid rond grensoverschrijdend gedrag op te stellen. Ook kleine ingrepen in structuren, processen en activiteiten kunnen je helpen risico’s te verkleinen.

Vanzelfsprekend is vrijwilligerswerk werk van mensen onder elkaar. Met hun zwakheden en kwetsbaarheden. Maak het thema bespreekbaar en waak vooral over de doelgroep waarop de organisatie zich richt. Zij moeten zonder zorgen kunnen deelnemen aan activiteiten, zorg- en of hulpverlening krijgen, huiswerkbegeleiding, kunnen sporten, als persoon met een handicap begeleid worden,… Zonder zorgen of het risico slachtoffer te worden van een medewerker die de grenzen overschrijdt.

Dat betekent: opvolgen, begeleiden, aanspreken, bespreekbaar maken, richtlijnen opstellen,…. Heel veel meer dus dan opvragen van een attest, waarvan je de relativiteit nooit hoeft te constateren.

Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw

© Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw - Disclaimer - Contact