1 op 8 Vlamingen vrijwilligt

Eind oktober presenteerde de Koning Boudewijnstichting het rapport over het Vrijwilligerswerk in België – een kwantitatieve analyse – dat de resultaten weergeeft na een bevraging van 10.000 Belgen over hun engagement als vrijwilliger. Hiermee is België het zesde land (na Polen, Hongarije, Portugal, Italië, Ierland) in de Europese Unie dat de studie uitvoert, gebaseerd op een min of meer gelijkaardige vragenlijst (gebaseerd op het Handboek van de IAO). 

Enkele algemeenheden

Uit het rapport blijkt dat 13,9 % van de Vlamingen vrijwilligt, of ongeveer één op acht, opmerkelijk lager dan de 1 op 5 die vaak door allerlei bronnen werd geciteerd. We geven het toe, we hadden op een iets hoger percentage gehoopt maar uiteindelijk mogen we niet vergeten dat meer dan 750.000 Vlamingen zich toch dagelijks inzetten in allerlei activiteiten en sectoren. Het vrijwilligerswerk laat economische sectoren zoals de landbouw en de financiële sector achter zich als je het aantal werkuren vergelijkt.

Vanzelfsprekend levert het vrijwilligerswerk een aanzienlijk sociaal kapitaal op; maar even duidelijk is de economische meerwaarde van al dat vrijwilligen: in heel het land verrichten vrijwilligers over 6000 activiteiten per dag, wat ongeveer overeenstemt met 130.000 Fte.

De toppers blijken de sportsector en de socioculturele sector te zijn, en ook heel de dienstverlenende sector zet heel wat vrijwilligerswerk in beweging.

Enkele bijzonderheden

De studie bevat niet enkel interessante lectuur voor de liefhebber. Ze geeft de opportuniteit enkele pijnpunten bloot te leggen.

Zo was er een algemene verwachting dat er meer gevrijwilligd zou worden in België, en in Vlaanderen. Niet dus. In vergelijking met de andere EU-landen waar het vrijwilligerswerk werd gemeten, scoren we niet ondermaats, maar we wisten al eerder dat we eerder middelmatig waren op dit vlak. Een verklaring is te vinden in culturele verschillen, in verschillen op sociaal en politiek vlak, maar misschien ook in het al dan niet comfortabel zijn van het algemeen klimaat? Vrijwilligers hebben het immers niet altijd gemakkelijk om te vrijwilligen en vandaar dat we ook uitkijken naar de ontwikkeling en realisatie van een Vlaams gecoördineerd vrijwilligersbeleid, dat wellicht maatregelen zal voorstellen om effectief een vrijwilligersvriendelijk klimaat te ontwikkelen: waar de vrijwilliger zich gewaardeerd, ondersteund, beschermd weet en niet te vaak botst op regelgeving die hem/haar de lust ontnemen te blijven vrijwilligen.

Er schort iets aan de toegankelijkheid van het vrijwilligerswerk. Mensen met een lagere opleiding en met een lagere socio-economische status vrijwilligen immers minder dan wie hoger opgeleid is en een ‘gemakkelijker’ leven leidt. Zoeken naar tactieken om het vrijwilligerswerk (vermits het de deur opent naar sociale netwerken, competentie-ontwikkeling,…) aantrekkelijker te maken voor mensen die er thans de weg niet of moeilijk naar vinden; is essentieel. Op voorwaarde natuurlijk dat vrijwilligen een keuze is en blijft waarbij de wilsautonomie van het individu centraal staat.

Een derde interessant punt is de inzet van de jeugd. Jongeren vrijwilligen vaak, engageren zich veel uren en zijn, in tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, goed vertegenwoordigd in het vrijwilligerswerk. Het rapport nuanceert het idee dat het ouderen zijn die zo veelvuldig vrijwilligen. Dat beeld klopt niet met de realiteit: het is net een ondervertegenwoordigde groep, en bevat dus groeipotentieel.

Enkele besluiten

Het dikke rapport bevat een schat aan informatie, die de komende weken en maanden verder uitgespit kan worden. Vanuit het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw zullen we de elementen die uit het rapport gepuurd kunnen worden, verder uitgediept en geanalyseerd worden om er relevante beleidsaanbevelingen uit te puren.

 

© Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw - Disclaimer - Privacyverklaring & Cookie-policy - Contact