Vrijwilligerswerk en activering. Even het juiste puntje op de ‚i’ zetten

Werklozen stimuleren om onkruid te wieden of de stoep ijsvrij te maken. Leefloontrekkers enigszins dwingend verleiden tot een gemeenschapsdienst… Het is helemaal verantwoord dat overheden zoeken naar mogelijkheden om uitkeringsgerechtigden allerlei te begeleiden bij het zoeken en vinden van werk. Uiteraard indien aangepast aan hun mogelijkheden en talenten. Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligers stelt dit principe niet in vraag… voor zover deze initiatieven en experimenten niet onder de noemer “vrijwilligerswerk” worden geplaatst.

Dan rinkelt de alarmbel, want deze vormen van verplicht engagement passen niet onder de wettelijke definitie van “vrijwilligerswerk”. De Wet betreffende de rechten van de vrijwilliger (3 juli 2005) zegt daarover letterlijk het volgende:

“§1.Vrijwilligerswerk is elke activiteit die onbezoldigd en onverplicht wordt verricht, ten behoeve van één of meer personen, andere dan degene die de activiteit verricht, van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel; die ingericht wordt door een organisatie anders dan het familie- of privé-verband van degene die de activiteit verricht; en die niet door dezelfde persoon en voor dezelfde organisatie wordt verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling.§2. De vrijwilliger is elke natuurlijke persoon die een activiteit verricht zoals omschreven in §1. §3. Een organisatie is elke feitelijke vereniging of private of publieke rechtspersoon zonder winstoogmerk die werkt met vrijwilligers.”

Het onverplichte karakter staat centraal in deze definitie: de vrije keuze van de vrijwilliger bij het opnemen van een engagement. Valt dit kenmerk weg, dan mag/kan men de term vrijwilligerswerk niet meer gebruiken. Daarom zijn activeringstrajecten van de VDAB, het OCMW of andere instanties geen vrijwilligerswerk. Er zit immers een vorm van verplichting in, hoe mild ook. Als het engagement niet voldoende correct wordt opgenomen (bv. respecteren van uren, inzet enz.), loopt een geactiveerde de kans op een straf.

Er dreigt nog een ander probleem. In sommige gevallen krijgt een deelnemer in zo’n activeringstraject een aanmoedigingspremie. Ook hier ligt een groot verschil met de vrijwilliger en ontstaat er – omwille van deze extra aanmoediging – een verschil met de vrijwilligers die hiervan niet genieten.

Vrijwilligersorganisaties worden soms gebruikt als plaats voor activeringsprojecten, gemeenschapsdienst enz. Dit kan zeker, toch is ook hier voorzichtigheid aangewezen. Deze verenigingen staan vaak huiverig tegen een meer zakelijke en prangende werkcultuur. Ze zijn zeker niet zomaar geschikt om als plaats voor activering te worden gebruikt. Er stellen zich specifieke vragen bij de begeleiding. Onderzoek over de inschakeling van bv. kwetsbare groepen problematiseerde duidelijk de geschikte omkadering en de administratieve belasting.

Kortom, het vermengen van diverse soorten activering en het vrijwilligerswerk geeft onvermijdelijk problemen. Er is een onaangename begripsverwarring, vooral als het gaat over de vrije keuze en mogelijke bestraffingen. Er dreigt ongelijkheid een qua vergoeding. Daarbij blijken de werkingscultuur en het draagvermogen van vrijwilligersverenigingen niet vanzelfsprekend geschikt als activeringsomgeving.

Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw
Juni 2014

© Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw - Disclaimer - Privacyverklaring & Cookie-policy - Contact