Aansprakelijkheid en bescherming van de vrijwilliger
Wat betekent immuniteit?
Als de vrijwilliger een fout maakt bij het vrijwilligerswerk, is die daarvoor niet persoonlijk aansprakelijk. De organisatie staat in voor de opvolging van het schadedossier. De (vermeende) schadelijder moet zich dus richten tot de organisatie.
De Vrijwilligerswet voorziet immuniteit voor vrijwilligers in heel wat organisaties. De immuniteit is echter niet allesomvattend:
ze geldt enkel voor de burgerlijke aansprakelijkheid
voor strafrechtelijke aansprakelijkheid geldt er geen immuniteit
de immuniteit geldt steeds ten aanzien van anderen: voor de schade aan zichzelf telt het niet
de immuniteit is niet van toepassing bij (veel) feitelijke verenigingen
de vrijwilliger kan de immuniteit verliezen in geval van:
– een lichte repetitieve fout
– een grove fout
– opzet of bedrog
In feitelijke verenigingen die los staan van een koepel, geen deel uitmaken van een groter geheel en zonder betaald personeel genieten vrijwilligers geen immuniteit. De vrijwilliger kan er dus persoonlijk burgerlijk aansprakelijk gesteld worden. Mogelijk wordt de feitelijke vereniging als geheel (dus de individuele leden) aansprakelijk gesteld.
Toch is extra bescherming voor de vrijwilliger mogelijk:
door een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten. Dit maakt de vrijwilligers niet immuun, maar zorgt wel voor betere bescherming.
door alle leden van de feitelijke vereniging erop te wijzen dat een individuele polis burgerlijke aansprakelijkheid-privéleven bescherming geeft. Met deze ‘familiale polis’ is de vrijwilliger privé verzekerd voor schade aan derden, door diens fout.