Randvoorwaarden

Randvoorwaarden

Om een vrijwilligerswerkbeleid te doen slagen moet je op voorhand aan heel wat zaken denken. Breng deze zes elementen zeker in rekening.

1. Politiek draagvlak

De vraag om werk te maken van een vrijwilligerswerkbeleid vertrekt heel vaak vanuit concrete vragen uit het lokale middenveld naar informatie, aantrekking van vrijwilligers, opportuniteiten om vorming te volgen, middelen om de werking te ondersteunen, inzetten op doelgroepen,… De vraag kan geïnitialiseerd worden uit een adviesraad of vanuit een organisatie die (ook) op lokaal vlak actief is.

We zien dat het opzetten van een extern vrijwilligersbeleid of vrijwilligerswerkbeleid ook geregeld een uitdrukkelijke politieke optie is, op initiatief van een schepen, de burgemeester, het schepencollege  of vanuit de gemeenteraad.

Net zoals dat het geval is voor een intern vrijwilligersbeleid, is het creëren van een politiek draagvlak voor de ontwikkeling van een extern vrijwilligersbeleid essentieel. Een lokale overheid die maatregelen treft om het lokale verenigings- en vrijwilligersleven te stimuleren, doet dat vanzelfsprekend met goede intenties, maar zal ervoor moeten zorgen dat de lokale organisaties, verenigingen en initiatieven het niet als een bedreiging of inmenging in hun werk beschouwen.

Hoe tewerk gaan om een politiek draagvlak te creëren?

  • Opname in het bestuursakkoord van de intentie om werk te maken van een vrijwilligerswerkbeleid
  • Aanduiden van een schepen die de politieke verantwoordelijkheid krijgt voor de uitvoering van het vrijwilligersbeleid
  • Opdracht aan de administratie geven om een beleidsnota vrijwilligerswerkbeleid voor te bereiden
  • Bevraging organiseren van het lokale vrijwilligerswerk: focusgroep, werkgroep, ruime bevraging van vrijwilligersorganisaties
  • Bespreking van de beleidsnota in het college (inclusief vastleggen budget)
  • Opdracht aan de administratie geven om de beleidsnota uit te voeren

2. Regelgevend kader

De ontwikkeling van een extern vrijwilligersbeleid impliceert dat er beleidsteksten, politieke akkoorden en budgetten worden opgesteld en dat het geheel past binnen de gemeentelijke reglementeringen. In het kader van ondersteuning van organisaties, verenigingen en initiatieven dienen mogelijk aanvullende regels uitgewerkt te worden. Ook is het belangrijk om regulitis en subsidiereglementering vanuit de lokale overheid in te perken. 

De lokale overheid kan eveneens een rol vervullen in het verstrekken van accurate en actuele informatie over de vrijwilligerswetgeving en organisaties sensibiliseren over het belang van de correcte toepassing van de vrijwilligerswet. Voor meer info lees pagina over vrijwilligerswet.

Lokale besturen die inwoners stimuleren om vrijwilligerswerk te doen zijn best goed op de hoogte van de basisprincipes van de Vrijwilligerswet. Zo kan vrijwilligerswerk enkel in georganiseerd verband plaats vinden. Individuen die andere individuen helpen, vallen buiten het vrijwilligerswerk. Ook is het niet mogelijk binnen de Vrijwilligerswet inwoners te verplichten om te vrijwilligen.

3. Inzet van middelen

Wil je als lokaal bestuur vormgeven aan een vrijwilligerswerkbeleid, dan denk je best na over de in te zetten middelen. We geven hier wat indicaties mee op de personele en financiële inzet in te kunnen schatten.

3.1. Personele inzet

Er zijn ondertussen verschillende lokale besturen die de ondersteuning vorm geven via een steunpunt, een draaischijf, een vrijwilligerscentrale,… die bemand wordt door één of meerdere ambtenaren die hiervoor vrijgesteld zijn of specifiek voor deze functie werden aangeworven. Zelfs zonder apart steunpunt, is het verstandig ook in het geval van extern vrijwilligersbeleid een coördinerende medewerker aan te duiden. Deze heeft een helikopterzicht (of kan die verwerven) op alle inspanningen die binnen het lokaal bestuur geleverd worden om de ondersteuning vorm te geven. De medewerker fungeert als centrale contactpersoon en weet informatie en gegevens te verzamelen die beleidsmatig relevant zijn.

Waar op letten?

  • De ambtenaar in kwestie krijgt een mandaat om aan de slag te gaan inzake extern vrijwilligersbeleid
  • Er worden middelen voorzien om de deskundigheid van de trekker of een trekkersteam te bevorderen

3.2. Financiële inzet

Voor de ontwikkeling van een extern vrijwilligersbeleid dienen voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. De hoogte van het budget hangt vanzelfsprekend af van de soort, de frequentie van te nemen acties.

Hoe incalculeren? Enkele indicaties:

  • Organisaties, verenigingen en initiatieven die met vrijwilligers werken kunnen de vergaderaccommodatie gratis of tegen een sterk gereduceerd tarief gebruiken
  • Het opnemen van vrijwilligersvacatures op de website van de gemeente
  • Worden er dankfeesten georganiseerd voor vrijwilligers van organisaties?
  • Voorziet het lokaal bestuur attenties tijdens de Week van de Vrijwilliger, de Internationale Dag van Vrijwilliger?
  • Communicatiekosten (bekendmaking, sensibilisering, materiaal,…)
  • Kostprijs operationalisering vrijwilligerscentrale
  • Vormingsinitiatieven die aangeboden worden
  • De gemeente biedt een vrijwilligersverzekering aan aan haar organisaties?

Het budget vertrekt vanzelfsprekend vanuit de visie. Zo kan je als bestuur de keuze maken waarin je wenst te investeren.

4. Coördinatie en centralisatie

Een extern vrijwilligersbeleid bouwt verder op de bestaande ondersteuning die een lokaal bestuur biedt aan organisaties, bijvoorbeeld via subsidies, projecten of het ter beschikking stellen van accommodatie. Ook de samenwerking met adviesraden (cultuur, jeugd, sport, senioren, …) maakt hier deel van uit.

Coördinatie is daarbij essentieel om kwaliteitsvol en duurzaam te werken. Besteed aandacht aan de eigenheid van elke sector, maar leg de nadruk op wat hen verbindt. Een focus op de gemeenschappelijke stam versterkt het geheel, zonder de diversiteit uit het oog te verliezen.

Het is bovendien belangrijk om erop toe te zien dat de maatregelen evenwichtig zijn. Vermijd dat bepaalde vrijwilligersgroepen of sectoren bevoordeeld worden. Maak zo weinig mogelijk onderscheid tussen verschillende soorten vrijwilligers en organisaties – of het nu gaat om feitelijke verenigingen, lokale afdelingen van een koepel of vzw’s.

5. Betrokkenheid

Elke actie of initiatief dat een bestuur neemt, kan onderwerp zijn van commentaar en kritiek, vragen en interpretaties in de gemeenteraad, … Het is daarom van belang om ervoor te zorgen dat het extern vrijwilligersbeleid breed is afgetoetst, maar zeker ook dat gepoogd wordt om alle sectoren waarbinnen vrijwilligers actief zijn te betrekken: sport, cultuur, jeugd, milieu, zorg, ouderen,…

Extern vrijwilligersbeleid is meer zichtbaar dan intern vrijwilligersbeleid, waardoor het belang om de betrokken partijen degelijk te betrekken, toeneemt. Kunnen de vrijwilligersorganisaties en de adviesraden hun zeg doen over de acties die het lokaal bestuur neemt op gebied van ondersteuning? Bevragen jullie  de organisaties naar hun noden en behoeftes?

6. Beleidsplan

Als je wil werken aan een extern vrijwilligersbeleid dat structureel verankerd wordt en een duurzaam karakter zal hebben, is het belangrijk voldoende tijd te investeren in het beleidsplan, opdat het zo volledig mogelijk is, structuur geeft, en concreet is zodat het ook geregeld geëvalueerd kan worden.

Laat je inspireren door het beleidsplan van Mol.

Print Friendly, PDF & Email
.cli-modal-dialog{ display: none !important; }